De afgelopen periode heeft IL&T bij diverse bedrijven hoge boetes opgelegd omdat data van chauffeurs (C-bestanden) of data van voertuigen (M-bestanden) ontbraken. Ook de verschillen tussen en consequenties van "Kleine- en "Heel Belangrijke Inbreuken" (HBI) worden tijdens deze cursus uitgelegd.

CURSUSDATA


DIGITALE DATA TIJDENS BEDRIJFSCONTROLE

Om hoge boetes tijdens bedrijfscontroles voorkomen is het belangrijk dat alle verplichte data aanwezig zijn tijdens een bedrijfscontrole door IL&T. Alle zogenaamde C- en M-bestanden moeten aanwezig zijn, d.w.z. ook van bijvoorbeeld uitzendkrachten, huur en demo voertuigen. Tijdens de cursus wordt uitgelegd welke data door IL&T gecontroleerd worden en hoe deze data gegenereerd moet worden.

HANDMATIGE (MANUELE) INVOER

HSinds 2 maart 2015 moet de chauffeur de periode dat de bestuurderskaart niet in de tachograaf heeft gezeten achteraf manueel verantwoorden. De dagelijkse- en wekelijkse rust en eventueel vooraf verrichte andere arbeid kan eenvoudig manueel worden toegevoegd. Tijdens de cursus wordt uitgelegd hoe u deze gegevens moet invoeren bij verschillende merken tachografen.

ANALYSE VAN GEGEVENS

Analyse van gegevens reduceert aantal overtredingen tot wel 70%. Een regelmatig gehoorde klacht is dat bedrijven geen goede analyse kunnen maken van de verkregen gegevens. Hoe dat kan en moet wordt met praktische voorbeelden toegelicht.

ANALYSE VAN CHAUFFEURS EN VOERTUIGEN

Cursisten kunnen tijdens de cursus bestanden van chauffeurs en tachografen laten analyseren. Interessante afwijkingen worden tijdens de training besproken en uitgelegd.
Mocht u van deze mogelijkheid gebruik willen maken, mail dan de uw C- en M-bestanden naar L. Brugman.

WAARDE NASCHOLING CODE95

Effectief 7 uur voor de nascholing Code95. Deze punten kosten €20,-.

KOSTEN

De cursus Digitale Tachoigraaf en het ATB kost €150,-.

MEER INFORMATIE

Neem voor meer informatie gerust contact met ons op via telefoonnummer 0512-341816 of info@jolmers.com.

Juridisch kader bij de digitale tachograaf

In aanvulling op de pagina 'Handmatig invoeren van de digitale tachograaf' is er een juridisch kader, artikel 34 lid 3
Hier in staat dat: in geval de bestuurder zich niet bij het voertuig bevindt en daardoor de tachograaf waarmee het voertuig is uitgerust, niet kan bedienen, worden de in lid 5, onder b), punten ii), iii) en iv), bedoelde tijden:

a) Als het voertuig is uitgerust met een analoge tachograaf, met de hand, door automatische registratie of anderszins, leesbaar op het registratieblad opgetekend zonder dat dit wordt bevuild. Of

b) Als het voertuig is uitgerust met een digitale tachograaf, op de bestuurderskaart geregistreerd met behulp van de voorziening voor handmatige invoer waarmee de tachograaf is uitgerust.

De onder lid 5 onder b), punten ii), iii) en iv), bedoelde tijden:

In artikel 6 lid 5 van verordening 561 staat ook het volgende: De bestuurder registreert als 'andere werkzaamheden' alle tijd besteed volgens de omschrijving in artikel 4, onder e), en alle tijd die hij heeft besteed aan het besturen van een voertuig voor commerciële activiteiten die buiten de werkingssfeer van deze verordening vallen, en registreert alle perioden van 'beschikbaarheid' volgens de definitie van artikel 15, lid 3, onder c), Van Verordening (EEG) nr. 3821/85 sedert zijn laatste dagelijkse of wekelijkse rusttijd. Deze registratie gebeurt manueel op een registratieblad of een afdruk of door gebruik van handmatige invoerfaciliteiten op het controleapparaat.

Artikel 4 onder e: 'Andere werkzaamheden':

alle activiteiten die worden gedefinieerd als arbeidstijd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2002/15/EG, behalve 'rijden', met inbegrip van alle werkzaamheden voor dezelfde of voor een andere werkgever in of buiten de vervoerssector.

In de richtlijn 2002/15/EG staat in artikel 3, punt a en b

a) 'Arbeidstijd' 1. In het geval van mobiele werknemers: de periode tussen het begin en het einde van het werk, waarin de werknemer op het werk is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn taken of activiteiten uitoefent, dat wil zeggen: — de tijd die wordt besteed aan alle wegvervoersactiviteiten.

Deze activiteiten zijn met name:

1 De periodes waarin de werknemer niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en op de werkplek moet blijven, gereed om aan het werk te gaan, en daarbij belast is met bepaalde aan die dienst verbonden taken, met name de wachttijden bij laden of lossen wanneer de verwachte duur daarvan niet vooraf bekend is, dat wil zeggen: vóór het vertrek of net vóór het daadwerkelijk begin van de periode in kwestie, of op grond van de algemene bepalingen die de sociale partners hebben afgesproken en/of die in de wetgeving van de lidstaten zijn vastgelegd.

2. In het geval van zelfstandige bestuurders geldt dezelfde definitie voor de periode tussen het begin en het einde van het werk, waarin de zelfstandige bestuurder op de werkplek is, ter beschikking van de klant staat en zijn taken of activiteiten uitoefent, andere dan algemeen administratief werk dat niet direct verband houdt met het specifieke vervoer in kwestie.

Als arbeidstijd worden niet aangemerkt, de pauzes van artikel 5, de rusttijden van artikel 6, alsmede, — onverminderd de wetgeving van de lidstaten of afspraken tussen de sociale partners op grond waarvan dergelijke perioden moeten worden gecompenseerd of beperkt —, de onder b) bedoelde beschikbaarheidstijd.

b) 'Beschikbaarheidstijd' — andere perioden dan pauzes of rusttijden, waarin de mobiele werknemer niet op de werkplek behoeft te blijven, doch beschikbaar moet zijn om gevolg te kunnen geven aan eventuele oproepen om de rit aan te vatten of te hervatten, of om andere werkzaamheden uit te voeren. Als beschikbaarheidstijd worden met name aangemerkt, de perioden waarin de mobiele werknemer een per veerboot of trein vervoerd voertuig begeleidt, alsmede wachttijden aan grenzen en tengevolge van rijverboden. De perioden en de verwachte duur moeten de mobiele werknemer van tevoren bekend zijn, dat wil zeggen vóór het vertrek of net vóór het daadwerkelijk begin van de beschikbaarheidstijd, of op grond van de algemene bepalingen die de sociale partners hebben afgesproken, en/of die in de wetgeving van de lidstaten zijn vastgelegd, — voor mobiele werknemers in ploegendienst, de tijd die zij gedurende de rit naast de bestuurder of in een slaapcabine doorbrengen.